Het
koppel werd lid van de Amerikaanse Hemerocallisvereniging en ze stelden
regelmatig hun tuin open voor liefhebbers en voor conventies van de
vereniging. Al heel snel geraakte Olive ook internationaal bekend als
tuinier. Ze maakte deel uit van de Board of Directors van de Amerikaanse
Hemerocallisvereniging van 1973 tot 1978 en kreeg later van de
vereniging de Helen Field Fisher Gold Medal voor haar verdienste in de
Hemerocalliswereld. Toen einde jaren 1970 de bomen in haar tuin steeds
meer schaduwhoeken creëerden, ging Olive op zoek naar schaduwplanten.
Ze schafte zich in het begin een aantal Hosta's aan, waarvan ze zelfs de
naam niet kende en ook een deel varens. In het Zuiden van de Verenigde
Staten waren Hosta's in die tijd niet zo populair en het aanbod in de
lokale kwekerijen was eerder beperkt. Olive kreeg de smaak te pakken en
bestelde via catalogussen meer en meer Hosta's. Joe en Olive werden in
1979 lid van de Amerikaanse Hostavereniging en in 1982 werd Olive,
omwille van haar leiderscapaciteiten, gevraagd om secretaris te worden
van de vereniging. In 1984 organiseerde ze de eerste AHS-conventie in
het zuiden van de States en dankzij de conventie van Birmingham werd ook
de Hosta daar populair. Een jaar later werd Olive voorzitter van de
American Hosta Society en ze bleef deze functie bekleden tot 1989. In
1991 kreeg ze de Alex J. Summers Distinguished Merit Award voor haar
inzet voor de vereniging. Olive registreerde zelf twee sporten die in
haar tuin ontstonden : H. 'Emerald Ripples' in 1981 en H. 'Silver Spoon'
in 1985. Olive Bailey Langdon stierf na een strijd tegen kanker op 24
januari 2007. Haar naam blijft verbonden aan drie daglelies Hemerocallis
'Olive Langdon' (Hardy,1971), Hemerocallis 'Olive Bailey Langdon' (Munson,1974)
en Hemerocallis 'Olive Pearl' (Mc Connell,1981) en natuurlijk aan de
Hosta 'Olive Bailey Langdon', geregistreerd in 1999 door Russ O'Harra,
nadat de plant een tijd lang de naam H'. 'Cover Girl' droeg, naar een
bijnaam voor Olive.
|